Home > Blog > Algemeen > Gispen en De Stijl

Titel

Gispen en De Stijl

Het ene grote jubileum (Gispen 100 jaar in 2016) loopt over in de volgende: het Nederlandse cultuurlandschap stond in 2017 namelijk in het teken van De Stijl, een toonaangevende en internationale beweging van kunstenaars, ontwerpers en architecten die dit jaar zijn 100-jarige jubileum viert. Ter ere van dit jubileum was er een kleine informatieve serie over de verbanden tussen het Gispen en De Stijl te lezen in onze 4-jaarlijkse nieuwsbrief.

Wilt u deze nieuwsbrief voortaan ook ontvangen? Schrijf u dan nu in als vriend voor 2018!

 

Strak lijnwerk, kubische vormen en primaire kleuren

De naamgever van de beweging is het tijdschrift De Stijl, dat in Leiden in 1917 is opgericht door Theo van Doesburg. Typische Stijl-kenmerken zijn onder meer strak lijnwerk, kubische vormen, rechte vlakken en primaire kleuren. De belangrijkste leden van de Stijl waren Theo van Doesburg, Piet Mondriaan, Vilmos Huszár, Bart van der Leck, J.J.P. Oud, Jan Wils, Robert van ’t Hoff, Gerrit Rietveld en Georges Vantongerloo.

De Stijl was succesvol en groots in de tijd van het groeiende modernisme in zowel de kunst, design en architectuur. Als Willem Hendrik Gispen (1890 – 1981) in 1916 zijn eigen bedrijf voor metaalbewerking op zet in Rotterdam werkt hij in een uitgesproken decoratieve en expressieve stijl van kunstsmeedwerk. Al snel komt ook hij in aanraking met meer vooruitstrevende en modernistische invloeden. Zo is hij vanaf 1919 geabonneerd op het tijdschrift Wendingen en het tijdschrift van de architectenvereniging Architectura et Amicitiae; een jaar later begint hij ook met het lezen van De Stijl.

In 1928 ontwerpt W.H. Gispen de omslag voor Wendingen net als thema ‘Techniek en kunst’. Je kan overeenkomsten zien tussen de abstracte vormen van Gispen en de idealen van De Stijl: hij gebruikt een sans-serif, statisch lettertype en verwerkt vierhoekige kleurvlakken en cirkels in zijn ontwerp, maar het kleurgebruik wijk wel sterk af van wat we van De Stijl gewend zijn. Ook voor de Gispen catalogi en folders, waar W.H. Gispen tot 1949 aan meewerkte samen met vormgever Paul Hermans , is de Nieuwe Foto- en Typografie (zoals gepromoot door De Stijl en tijdgenoten) toegepast. Op de omslag van de Gispen catalogus voor Bronzen winkelpuien uit 1930 is het kleurgebruik van zwart met primair rood en de rastervormige compositie exemplarisch hiervoor. Dit was geheel in overeenstemming met de moderne Gispen-producten zelf en de doelgroep van vooruitstrevende architecten en kunstenaars.

In zijn groeiende bedrijf gaat W.H.Gispen zich al snel meer richten op moderne en grootschalige serieproductie. Gestandaardiseerde onderdelen, industriële fabricage en vernieuwende inzichten op het gebied van lichttechniek leidden tot de succesvolle productie van de Giso-lampen. De architect J.J.P. Oud (1890 - 1963) installeerde de Giso-lampen in zijn architectuurontwerpen, zoals in de modelwoningen van de invloedrijke Weissenhofsiedlung als onderdeel van de tentoonstelling Die Wohnung in Stuttgart (1927). Behalve een gerespecteerd lid van De Stijl was Oud ook een vriend van W.H. Gispen. Oud liet hem kennis maken de ideeën van het Bauhaus. Later ontwerpt Oud een pianolamp als huwelijkscadeau voor de schilder Harm Kamerlingh Onnes en Titia  Easton, en laat deze door Gispen uitvoeren. Eerst als unica, maar later krijgt het populaire en uit geometrische vormen bestaande lampje toch een serienummer (nr. 404) en verschijnt het in de verkoopcatalogus (cat.nr. 6). Ook dit lampje lijkt goed aan te sluiten bij de vormentaal van De Stijl.

 

Tussen de Nieuwe Beelding en het Nieuwe Bouwen

De grafische en visuele kenmerken die De Stijl voortbracht en propageerde worden gezamenlijk ook wel de Nieuwe Beelding genoemd. Deze benaming duidt op een sterke ideologische drijfkracht. Er wordt gezocht naar een universele, concrete en elementaire ‘beelding’, die ingezet kan worden om een nieuwere en betere wereld op te bouwen na de vernietiging van de Eerste Wereldoorlog. Functionalisme, rationalisering en technologie in vormgeving en architectuur zijn hier onlosmakelijk mee verbonden onder de noemer van het modernisme. Ook W.H. Gispen geloofde dat een zuivere, industriële vormgeving kon bijdragen aan een betere leefomgeving voor de mens. Zijn wetenschappelijke benadering tot de verlichtingskunde en ontwikkeling van de Giso-lampen zijn hier een voorbeeld van.

Een van de verenigingen die de utopische gedachte van het modernisme uitdroeg was de kunstenaars- en architectenvereniging de Opbouw – later gefuseerd tot De 8 en Opbouw. Deze werd in 1920 in Rotterdam opgericht door de architecten Willem Kromhout en Michiel Brinkman. Kromhout was op de Rotterdamse academie leraar geweest van W.H. Gispen en gaf hem een van zijn eerste opdrachten voor een sierlijk hekwerk voor villa Ruys in Noordwijk. Naast de oprichters en W.H. Gispen zelf, behoorden de ontwerpers Jacob Jongert (ontwerper van verpakkingen en reclamemateriaal van Van Nelle), Jaap Gidding en N.P. de Koo, en architecten Mart Stam, J.J.P. Oud en Leen van der Vlugt tot de vroegste leden van de vereniging. In het bijbehorende tijdschrift De 8 en Opbouw verschenen Gispen en zijn producten regelmatig, zoals met de foto’s die fotografe Eva Besnyö maakte van de AVRO-studioruimten in Hilversum, waarvoor Gispen theaterstoelen en verschillende unica leverde. De 8 en Opbouw en gerelateerde architecten(verenigingen) staan aan de bakermat van de internationale stroming van het Nieuwe Bouwen.

W.H. Gispen was zeer actief binnen deze gemeenschap van avant-garde modernisten en haalde zo veel opdrachten binnen. Interessant is de levering van verlichting aan het gebouw van Coöperatie De Volharding (1927-1928) ontworpen door architect Jan Buijs. Door de expressieve volumes en sterke horizontale en verticale lijnen sluit het gebouw perfect aan op de esthetiek van De Stijl en de plastische studies die de leden van De Stijl vervaardigden. Nog beter bekend is natuurlijk de vruchtbare wisselwerking tussen Gispen en Brinkman & Van der Vlugt: denk aan de telefooncel, huis Sonneveld, huis Van der Leeuw, de Van Nellefabriek etc.: zelfs het kantoor van het architectenbureau was ingericht met Gispen-meubelen.

De Van Nelle fabriek (1925-1931) is een perfect voorbeeld van het Nieuwe Bouwen. Gispen leverde voor het gebouw vele meubels en lampen, waarvan sommigen in opvallende kleuren werden gefabriceerd. Zo hadden de ronde tafels in de tearoom – staand op een linoleum vloer met een De Stijl-waardig geometrisch patroon – knalblauwe glazen platen als tafelblad. Later worden ook serieproducten en zelfs lampkelken in kleur geleverd. In de meubelcatalogi wordt bij verschillende meubels de mogelijkheid gegeven om zittingen en tafelbladen in ‘standaardkleur gelakt multiplex’ of ‘standaardkleur spuitlak’ of in gekleurde textielsoorten uit te voeren. Deze meubels misstonden niet in de veelkleurige en flexibele interieurs van De Stijl-architecten. Denk ook aan de buismeubelen en lampen in de kleurrijke en moderne kamers van Huis Sonneveld in Rotterdam (1933), ontworpen door Van der Vlugt. De Stijl-kunstenaar, Bart van der Leck, speelde een grote rol bij de kleurstelling van de villa als kleuradviseur vanuit de meubelwinkel Metz&Co.

 

Rietveld, Gispen en het naoorlogs modernisme

De modernistische ideologie, die geloofde dat je door goede vormgeving en woningen de mens en zijn levensomstandigheden kon verbeteren, is geworteld in het interbellum (zoals in de vorige nieuwsbrief is behandeld). Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelt deze zich nog verder tijdens de wederopbouw van Nederland.

Nadat W.H.Gispen in 1949 het bedrijf verlaat wordt er een nieuwe ontwerppolitiek geïntroduceerd. In de jaren ’50 en ’60 zijn ontwerpers als Wim Rietveld en André Cordemeyer bepalend voor de vormgeving. Wim Rietveld (1924 – 1985), de zoon van Gerrit Rietveld (1888 – 1964), was een van de eerste afgestudeerde studenten van de nieuwe weekendopleiding Industriële Vormgeving aan de Haagse Academie voor Beeldende Kunsten, waar onder meer Gerrit Rietveld, W.H. Gispen, Cor Alons, Kho Liang Ie en Friso Kramer les gaven. Wim Rietveld ontwikkelt zich als een zeer bekwame en technische meubel- en productontwerper en werkt van 1953 tot 1957 als ontwerper bij Gispen.

In 1957 ontwikkelt hij samen met zijn vader de Mondial-stoel voor de wereldtentoonstelling in Brussel.  Vader ontwerpt de stoel, maar zoonlief is verantwoordelijk voor de technische constructie. De stoel is gemaakt van gevouwen metaal en had in eerste instantie een metalen, maar later een kunststof zitting die in verschillende kleuren ‘door en door’ kon worden geverfd. Gispen produceerde de stoel als no. 117 (zonder armleggers) en no. 217 (met armleggers). In 2008 is de iconische stoel, met zijn kenmerkende K-profiel, opnieuw in productie genomen met metalen zitting.

Gerrit Rietveld is natuurlijk de vormgever van o.a. het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht (1924) en de rood-blauwe stoel (ca. 1918), hoogtepunten van De Stijl beweging. Rietveld en W.H. Gispen ontmoette elkaar in 1924 en exposeerden samen in tentoonstelling ‘Kunstlooze gebruiksvoorwerpen’ in Rotterdam in 1927. Hier stond de diagonaalstoel van Gispen op één lijn met de buisstoelen van Rietveld en Duitse architect Mies van der Rohe.

In 1956 wordt industrieel ontwerper André Cordemeyer (1924 – 1998) bij Gispen geïntroduceerd door Wim Rietveld, met wie hij in 1957 de kunststof kuipfauteuil no. 416, een echte ‘20ste-eeuwse fauteuil’, ontwerpt. Hij werkt bij Gispen tot 1976 en ontwerpt onder meer de Kleurodesk en AZ-series. Ook ontwikkelt hij bergmeubel no. 663 van Wim Rietveld verder tot bergmeubel 5600, een meubel die gecomponeerd kan worden tot ware Mondriaan.

Het is duidelijk dat de invloed van De Stijl in deze producten merkbaar is in de toegepaste lakkleuren. Een andere overeenkomst is de wisselwerking tussen avant-garde en het ideaal van eenvoud en functionele ontwerpen voor de ‘gewone mens’. De nieuwe ontwerpen van Wim Rietveld werden niet voor niets gepresenteerd als ‘meubels voor het eenvoudige interieur’. De functionele bank no. 447 of tafel no. 530 bestaan uit primaire vormen die door ijle stalen buizen met elkaar verbonden zijn. De foto’s van deze meubelen in verschillende folders en catalogi uit deze periode zijn abstracte composities op zichzelf en laten woonkamers zien met Gispen-meubels gecombineerd met kunstprenten van kunstenaars als Picasso en Miró.

 

Bronvermelding:
A. Anthonissen, Evert van Straaten, De Stijl 100 jaar inspiratie. De nieuwe beelding en de internationale kunst 1917-2017, 2016.
B. Laan, A. Koch (reds.), Collectie Gispen. Meubels, lampen en archivalia in het NAi 1916-1980, 1996.
A. Koch, S. van Schaik, Gispen, 2011.
M. Simon Thomas, Goed in vorm. Honderd jaar ontwerpen in Nederland, 2008.
M. Simon Thomas (ed.), Gispen specials. De klant is koning, 2016.